no money.jpg

Uit een studie van de bank Belfius blijkt dat gemeenten dit jaar geen geld hebben voor verkiezingscadeaus. Dat is het gevolg van de strengere budgettaire regels die de Vlaamse overheid onze gemeenten oplegt. Financiële voorzichtigheid is goed, maar het stemt ook tot nadenken. De criteria mogen geen excuus zijn om broodnodige investeringen te schrappen. Anders wordt de burger het slachtoffer van het gegoochel met cijfers en budgetten.

Dit artikel is oorspronkelijk in De Tijd verschenen.

Het is een aloude verkiezingstruc: in het jaar voor de gemeenteraadsverkiezingen nog een slecht rijdend fietspad opknappen, of die langverwachte nieuwe sporthal bouwen. Maar dat lijkt dit keer niet het geval: gemeenten houden de vinger dit jaar op de knip. De reden: de strengere criteria die gemeenten verplichten bewuster om te gaan met hun uitgaven.

"Het is voor iedereen duidelijk dat die investeringen moeten gebeuren, maar gemeenten durven de beslissing vandaag niet meer te nemen."

Het is uiteraard goed nieuws dat onze gemeenten vandaag verstandiger en bewuster omgaan met hun uitgaven en voor hun investeringen niet meer volledig gaan lenen. Maar het kan niet de bedoeling zijn dat gemeenten daardoor hun investeringen een halt toeroepen. Want infrastructuren verouderen en burgers willen veilig en zonder zorgen kunnen leven in hun gemeente. Het zijn meestal niet zomaar initiatieven om op korte termijn verkiezingssucces in de wacht te slepen, maar wel investeringen die nuttig en zelfs noodzakelijk zijn voor de langere termijn. Denk aan initiatieven om waterschaarste zoals vorige week aan te pakken, of besparingen op de energiefactuur van de gemeente door slimme en ecologische straatverlichting te installeren. Het is voor iedereen duidelijk dat die investeringen moeten gebeuren, maar gemeenten durven de beslissing vandaag niet meer te nemen. Want als ze lenen om het plan uit te voeren, dan komt hun autofinancieringsmarge (AFM) onder druk.

Autofinancieringsmarge

Die AFM geeft aan welke budgettaire ruimte er is nadat de gewone werkingsmiddelen worden verminderd met de leningslasten. Maar die is niet zaligmakend. Alles hangt af van de bril die je opzet als je naar de budgettering van onze gemeenten kijkt. De marge mag dan wel positief zijn bij drie op de vijf gemeenten, maar de realiteit is dat een groot deel van de geplande investeringen niet worden uitgevoerd: in 2014 realiseerden de gemeenten 47% van hun geplande investeringsuitgaven, in 2015 werd met 44% nog minder gerealiseerd. Dat heeft een direct positief effect op hun AFM, maar allesbehalve op de toekomst van onze gemeenten. Daarom raden we gemeenten aan om hun investeringsuitgaven realistisch te budgetteren. Alleen zo zullen we een waarheidsgetrouw beeld krijgen van de financiële gezondheid van onze gemeenten. En misschien blijkt dan dat gemeenten hun personenbelasting kunnen laten dalen.

"Alles hangt af van de bril die je opzet als je naar de budgettering van onze gemeenten kijkt."  

Een tweede risico is dat onze gemeenten hun AFM alleen op het einde van hun meerjarenplan positief moeten hebben. Concreet betekent dat dat al onze gemeenten tegen 2019 een positieve autofinancieringsmarge moeten hebben in hun budget. In het nieuwe meerjarenplan 2020-2025 geldt hetzelfde principe: pas tegen 2025 moeten de uitgaven gefinancierd worden met eigen middelen. Waarom kunnen we niet uitgaan van het principe dat de AFM ook positief moet zijn in 2021, 2022, 2023 en 2024? Alleen zo zullen onze gemeenten meer focussen op een realistische budgettering van hun investeringsuitgaven.

"Laat elke gemeente zijn eigen spaarpot aanleggen en voor zichzelf uitmaken hoe groot die moet zijn om met gezond boerenverstand te investeren in de toekomst van hun gemeente."

Goede huisvader

De strengere financiële regels mogen geen excuus zijn voor gemeenten om hun investeringen een halt toe te roepen. De studie van Belfius toont aan dat gemeenten hun geld als een goede huisvader beginnen te beheren: ze verdienen op een verstandige manier hun geld. Maar ze mogen niet stoppen om leningen aan te gaan en de nodige investeringen in hun gemeente te doen. Laat elke gemeente zijn eigen spaarpot aanleggen en voor zichzelf uitmaken hoe groot die moet zijn om met gezond boerenverstand te investeren in de toekomst van hun gemeente.

Daarom een warme oproep aan onze gemeenten: aarzel niet om de geplande investeringen daadwerkelijk uit te voeren en jullie gemeente klaar te maken voor de toekomst. Alleen dan tonen gemeenten dat ze verstandig kunnen omgaan met hun financiën en verdienen ze in oktober 2018 opnieuw het vertrouwen van hun burgers. 


Neem deel aan de discussie hierover op LinkedIn! Onze Executive Master in de Publieke Financiën wil publieke managers ondersteunen die op een vernieuwende manier met de  overheidsfinanciën willen omgaan. 

ONTDEK DE EXECUTIVE MASTER IN DE PUBLIEKE FINANCIËN

Reacties