Zondag 16 oktober 2016 stelde premier Charles Michel de State of the Union uit. De onderhandelingen over de begroting en bijkomende structurele hervormingen gaan in tussentijd wel voort. CD&V eiste garanties dat de door haar gevraagde meerwaardebelasting er voor het einde van het jaar zou komen. De struikelblokken van de onderhandelingen waren dan ook vooral de vennootschapsbelasting, meerwaardebelasting en het stimuleren van aandelen. Uiteindelijk is er besloten om de vennootschapsbelasting te verlagen naar 20%. Tom Vermeiren is verbonden aan onze Master Personal Financial Planning en bekijkt wat dit concreet betekent.

VermeirenTom.jpgEen van de meest opvallende en ambitieuze plannen bij het rondje taxshift dat deze dagen ge(st)reden wordt, is toch wel de verlaging van de vennootschapsbelasting naar 20% en de afschaffing van de crisisbijdrage, 0,99%. Het tarief zou geleidelijk dalen van het huidige 33,99% naar 20% tegen 2019 met een tussenstap van 28% in 2017 en 24% in 2018. Eventueel zou dit tarief nog opgesplitst worden in een tarief van 18% voor kmo’s en 23% voor grote ondernemingen. Interessant is daarnaast een vrijstelling voor starters van vennootschapsbelasting gedurende de eerste vier jaar op voorwaarde dat ze investeren en/of aanwerven.

Als het verlaagde tarief van de roerende voorheffing standhoudt aan 15%, betekent dit dat vanaf 2019 van 100 EUR brutowinst in de vennootschap, na uitkering via dividend 68% netto, of in dit geval 68 EUR, overgehouden wordt. Op dit moment zou dat 56,11% zijn. Wie zich loon uitkeert, of via een eenmanszaak werkt, kijkt aan tegen een typisch nettoloon van 45% na belasting en sociale bijdragen.

“De tegenmaatregelen omvatten het beperken van aftrek en beperkingen op wat men denkt dat oneigenlijk gebruik van vennootschapsgelden uitmaakt”

De verlaging van de vennootschapsbelasting kost wel wat aan de schatkist. Aangezien de verlaging budgettair neutraal zou moeten lopen, althans volgens prognoses, zullen er telkens tegenmaatregelen moeten worden genomen. Die tegenmaatregelen zullen zich bevinden op het niveau van het beperken van aftrek en beperkingen op wat men denkt dat oneigenlijk gebruik van vennootschapsgelden uitmaakt. Men wil zo onder meer, gezien het grote verschil dat zal ontstaan tussen de tarieven in de personenbelasting en de vennootschapsbelasting, een verdere rush tegengaan naar vennootschappen waarin allerlei privékosten worden ondergebracht. De lijst van ‘compenserende maatregelen’ bestaat onder meer uit: - verdere beperking aftrek van autokosten (aftrek beperkt tot 120% minus de helft van de CO2-uitstoot); - beperking op overgedragen verliezen; - inperking of afschaffing van de notionele interestaftrek; - afschaffing van versnelde afschrijvingen; - beperking aftrek interesten; - minimum loon; - striktere regels voor beroepskosten. Het is op deze laatste twee dat ik even dieper inga, omdat zij belangrijk zijn voor de kmo of de vrije beroeper die zich via vennootschap organiseert.

 

 

Loonregeling

Naar model van de Nederlandse ‘gebruikelijkloonregeling’ zal voortaan een minimum van 40.000 EUR loon dienen opgenomen te worden. Dit per natuurlijk persoon die bedrijfsleider, werkend vennoot of bestuurder met een uitvoerende functie is en bovendien aandeelhouder is met een voldoende relevante participatie.

Dit lijkt op eerste zicht niet zo’n zware impact te hebben. Er zullen een aantal reorganisaties plaatsvinden bij groepen die verschillende bedrijven omvatten, maar doorgaans is nu reeds een loon dat rond de 40.000 EUR ligt gebruikelijk, en lijkt de regeling minder ver te gaan dan de variant in Nederland. Het valt bovendien samen met onze aanbeveling om steeds een evenwichtig loonpakket samen te stellen waarbij een basisloon wordt gecombineerd met verschillende voordelen of andere vormen van bezoldiging.

 

 

Aftrek beroepskosten en vastgoed

Een andere maatregel zal er in bestaan een beperking op te leggen aan privékosten gedragen door de vennootschap. Meer bepaald vastgoed met gemengd gebruik of zuiver privégebruik wordt in het vizier genomen. Men denkt eraan de kostenaftrek te beperken tot het voordeel van alle aard dat de genieter dient aan te geven.

Voor wie volle eigendom van de woning in de vennootschap heeft, zal dit uiteraard een impact hebben op korte termijn, maar op langere termijn dan weer minder, omdat de logica dicteert dat ook latere meerwaarden dan niet belastbaar zijn voor het gedeelte van niet fiscaal aanvaardde afschrijvingen. De neiging om boekhoudkundig veel af te schrijven op de woning zal overigens ook verminderen.

Wie een zogenaamde vruchtgebruikconstructie met de vennootschap heeft waardoor het naakte eigendom (volle eigendom - vruchtgebruik) privébezit is, wordt harder getroffen. De essentie van deze operatie bestaat er immers in vruchtgebruik over een termijn af te schrijven en nadien zonder enige realisatie van meerwaarden het vruchtgebruik te zien uitdoven. Die praktijk is ten voordele van de eigenaar, die op die manier volle eigenaar wordt van het eigendom.

“Bij een aantal rechters ontbreekt te vaak het noodzakelijke financieel en economisch inzicht”

Het is wenselijk dat de wetgever zich over deze zaak duidelijk uitspreekt. Momenteel voert de fiscus immers een ware heksenjacht op dit vruchtgebruik. Men moet een oordeel vellen op basis van de waardering van het vruchtgebruik. Net daar wringt het schoentje: die waarderingsoefening vergt immers enig economisch en financieel inzicht. Dit noodzakelijk inzicht ontbreekt duidelijk bij enkele controleurs. Bovendien heeft ook de rulingcommissie recentelijk zich akkoord verklaard met een waarderingsmodel dat vanuit economisch standpunt kant noch wal raakt. Hieruit blijkt dat de drang naar het beperken van vruchtgebruik blijkbaar groter is dan de rede. Ook de fiscaal-juridische argumenten die worden aangehaald zijn vaak erg omstreden. Het probleem is dat deze materie ook het petje te boven lijkt te gaan van rechters in eerste aanleg waardoor er zeer uiteenlopende rechtspraak is ontstaan. Het is duidelijk aan de wetgever om een standpunt in te nemen en regels vast te leggen die nadien toelaten dat er terug op een degelijke manier geadviseerd worden kan, zonder nadien absurde discussies te hoeven voeren met de Administratie.

De onderhandelingen zijn momenteel nog in volle gang. De uiteindelijke uitkomst en praktische uitvoering zal nog even op zich laten wachten, maar we blijven dit opvolgen en houden je op de hoogte.

New Call-to-action

Reacties