stock.jpg

Dat louter financiële verslaglegging een te beperkt beeld oplevert van het reilen en zeilen van bedrijven, wordt door weinigen betwist. Niet-financiële informatie wordt daarom steeds belangrijker bij het beoordelen van de prestaties van bedrijven, hun potentie en de risicoprofielen die zij met zich meebrengen.

 

De waarde van niet-financiële informatie

Sinds december 2014 is de ‘Directive on disclosure of non-financial and diversity information by certain large companies’ van de Europese Unie van kracht. Deze vereist van bedrijven met meer dan 500 medewerkers (zgn. ‘public interest entities’) dat zij duurzaamheidsinformatie verstrekken. Het gaat dan met name om milieuzaken, sociale zaken en medewerkerszaken, respect voor mensenrechten, informatie met betrekking tot anti-corruptie en omkoping, en diversiteit in het directiecomité. Daarbij wordt van bedrijven verwacht dat zij aangeven op welke manier hun businessmodel effect heeft op deze zaken en welke risico’s er op deze terreinen spelen.

 

Veel vrijheidsgraden

Verslagleggen over deze duurzaamheidsinformatie kan op allerlei manieren. Een bekend voorbeeld daarvan is het duurzaamheidsverslag. De meeste grote bedrijven die over duurzaamheid rapporteren, doen dit via een separaat verslag. Meer en meer bedrijven zetten de stap naar geïntegreerde verslaglegging, waarin financiële informatie en niet-financiële informatie op een en dezelfde plek worden gebracht. Dat betekent overigens nog niet dat deze twee typen informatie daadwerkelijk met elkaar in verband worden gebracht op een manier die laat zien hoe niet-financiële en financiële prestaties elkaar beïnvloeden.

Ook wat betreft de inhoud van niet-financiële informatie of de manier waarop deze informatie wordt gestructureerd en gerapporteerd hebben bedrijven veel vrijheidsgraden. Veel bedrijven leunen daarbij op internationale richtlijnen en standaarden, zoals de richtlijnen van het Global Reporting Initiative en richtlijnen op het gebied van Integrated Reporting. Ook het UN Global Compact, standaarden zoals ISO 26000 en het raamwerk dat de Sustainable Development Goals bieden, kunnen de kapstok voor duurzaamheidsverslaglegging vormen.

 

Trends in duurzaamheidsverslaglegging

Een belangrijke vraag bij duurzaamheidsverslaglegging is uiteraard niet alleen wat je als bedrijf wilt rapporteren, maar ook de manier waarop je wilt rapporteren. Van duurzaamheidsverslagen wordt vaak gezegd dat het overbodige, complexe en niet zelden slecht leesbare documenten zijn, die bovendien nauwelijks gelezen worden.

De vraag is vervolgens: wat kun je daar als bedrijf aan doen? Om een antwoord op die vraag te geven, is het zinvol om te kijken naar een aantal trends op het gebied van duurzaamheidsverslaglegging.

  1. Een eerste trend is het steeds meer gebruik maken van digitale technologieën voor het rapporteren van duurzaamheidsinformatie. Dat betekent onder meer dat informatie in duurzaamheidsverslagen modulair en op de behoeften van specifieke stakeholdergroepen gepresenteerd kan worden. Ook betekent dit dat het mogelijk wordt om af te stappen van jaarlijkse rapportages en (een deel van) de informatie real-time beschikbaar te maken. Daarmee krijgt de dialoog met stakeholders over duurzaamheidsprestaties van bedrijven een andere dynamiek.

  2. Een tweede trend ligt op het gebied van true cost accounting. Pioniers op het gebied van duurzaamheidsverslaglegging hebben afgelopen jaren al laten zien dat het mogelijk is om een verrijkt beeld van een bedrijf te krijgen door hun impacts te monetariseren. Anders gezegd: via bepaalde methodieken kan aan milieu-impacts en sociale impacts een waarde in euro’s toegekend worden waarmee zij opeens financiële informatie opleveren. Puma was het eerste grote bedrijf dat een zogeheten environmental profit & loss account opstelde op basis van dit principe. Daarmee werd duidelijk wat de werkelijke winst van het bedrijf was, gecorrigeerd voor de milieuschade die het bedrijf voor haar eigen activiteiten in kaart had gebracht. Een dergelijke exercitie geeft een heel ander perspectief op de waarde en (financiële) risico’s van bedrijven. Diverse andere pionierende bedrijven hebben sindsdien een vergelijkbare oefening gedaan.

  3. Een derde trend is het rapporteren over de Sustainable Development Goals (SDG’s). De SDG’s vormen een belangrijke wereldwijde agenda waarin een aantal van de belangrijkste duurzaamheidsvraagstukken van deze tijd wordt geadresseerd. Deze zeventien doelen bieden bedrijven een overzichtelijk en uniform (maar niet altijd even makkelijk toepasbaar) raamwerk om over hun duurzaamheidsplannen en -prestaties te rapporteren.

  4. Een vierde trend betreft de ontwikkeling van de rapportage van koude feiten naar het vertellen van verhalen. Steeds meer bedrijven passen storytelling-principes toe op de manier waarop zij communiceren over duurzaamheid. Daarmee wordt droge kost niet alleen aantrekkelijker en toegankelijker gepresenteerd, maar krijgt de gerapporteerde informatie ook meer interne en externe context, hetgeen de rijkheid van de informatie ten goede komt.

 

Deze trends komen, samen met andere ontwikkelingen, aan de orde in de Roundtable on Sustainability Reporting die de Knowledge Community Corporate Social Responsibility van Antwerp Management School organiseert. Deze Roundtable beoogt veel praktijkdeskundigheid en -ervaring samen te brengen in een lerend netwerk en voorziet daarbij in expertbijdragen over onder meer het vernieuwen en relevanter maken van duurzaamheidsverslaglegging. 

Meer weten over de Roundtable on Sustainability Reporting? Klik hier.

We zijn benieuwd wat jij vindt. Laat een reactie achter!