Audit

Al jarenlang wordt er gesproken over een aanpassing van de privédetectivewet. Nu lijkt het erop dat de nieuwe regelgeving voor privaat onderzoek er toch nog aankomt binnen deze legislatuur. Dit kan heel wat gevolgen hebben want mogelijk worden heel wat beroepsbeoefenaars hieraan onderworpen. We gingen te rade bij Lode Barrezeele, docent in onze Masterclass Fraude Audit en vennoot van het onafhankelijke forensische audit bureau i-Force.  Die vindt het alvast een goede zaak dat er meer duidelijkheid komt. 

De belangrijkste reden voor een nieuwe wetgeving is het feit dat het beroep van de fraude-auditor zoals we dat nu kennen nog niet bestond toen de wetgeving in 1991 ontstond. In feite is er dus nog geen specifieke wetgeving voor de private bedrijfsfraudeonderzoeker. In België is private corruptie nog maar strafbaar sinds 1998 en begin 2000 begonnen de de boekhoudschandalen aan het licht te komen. Vervolgens kwam er ook aandacht voor alle IT-gerelateerde fraude. Rond deze periode doet de auditor met zowel juridische, criminologische, psychologische als boekhoudkundige kennis zijn intrede in de bedrijfswereld. Enkele jaren later vervoegt ook de IT-specialist deze club. 

Appels en peren

Welke spelregels zouden er nu het meest van toepassing zijn voor deze vreemde doorvragers? Wanneer de verslagen boeiender zijn dan een doorsnee auditverslag wordt de link gelegd met de wet op de privédetective al snel gelegd. Deze twee verschillende werkwijzen zijn helemaal niet te vergelijken. Vaardigheden die nodig zijn in vrijwel elke forensische audit zijn het gebruik van tools voor data-analyse, ondervragingstechnieken en IT-forensische analyses. Deze maken geen deel uit van de opleiding die nodig is voor het verkrijgen van de vergunning als privédetective.

Door het groeiende aantal fraudezaken waarvan de ondernemingen het slachtoffer worden, neemt de behoefte aan specialisten die zich richten op het onderzoek naar fraude of vermoedens daarvan toe. De afgelopen jaren hebben de forensische auditoren – in een sfeer van vreedzame co-existentie – dan ook een zelfstandige maatschappelijke positie verworven die complementair is aan de activiteiten van de privédetective en het overheidsingrijpen.

 

"Door het groeiende aantal fraudezaken waarvan de ondernemingen het slachtoffer worden, neemt de behoefte aan specialisten die zich richten op het onderzoek naar fraude of vermoedens daarvan toe." 

Zelf zien deze fraude-auditoren ook de nood aan een kader. De gezamenlijke aanpak rond opleiding en de juridische afstemming van de werkwijzen wordt belichaamd door de oprichting van het IFA (Instituut Fraude Auditoren) die daarvoor normen en standaarden ontwikkelt. Antwerp Management School speelt daar sinds het begin al een leidende rol in. Tot op de dag van vandaag krijgen studenten, die onze opleiding fraude-audit met vrucht volgen, het erkende certificaat van fraude-auditor.

Veranderingen

We weten natuurlijk nog niet hoe de nieuwe wetgeving eruit zal zien. Zolang hierover nog niet gestemd is, kan er nog heel wat wijzigen. Eerdere pogingen werden uiteindelijk nooit gefinaliseerd en naast de wet zullen er ook nog uitvoeringsbesluiten moeten komen. Het zijn juist deze uitvoeringsbesluiten die bijvoorbeeld de bepalingen omvatten omtrent de vereiste kwalificaties en opleidingen om de vergunning te krijgen. Als iets intussen duidelijk is, dan is het wel dat de Algemene Directie Veiligheid en Preventie van de FOD Binnenlandse Zaken erg veel belang hecht aan nieuwe regels om de werkzaamheden van de private onderzoeker GDPR-compliant te maken.

Er wordt erg uitgekeken naar het toepassingsgebied van de wet. Het lijkt erop dat het moment waarop het vermoeden ontstaat dat iemand wellicht gefraudeerd heeft erg belangrijk zal zijn. Vanaf dan spreekt men over een 'persoonsgericht onderzoek' en zal men onder de toepassing van de nieuwe wet vallen. Ongeacht of een interne audit, een risk assessment, een security of een externe audit aan de basis ligt, zodra er aanwijzingen zijn dat een individu gefraudeerd heeft, zal men de audit verder volgens de nieuwe regels uitvoert.

"Tot op vandaag kan de rechter nog soeverein beslissen wat hij het ergst vindt, het niet naleven van een bepaalde rechtsbepaling of de fraude zelf."

Doordat de oude wet privédetective een ander type onderzoek voor ogen had, komen er toch heel wat nieuwe regels bij kijken. Dit wordt door veel forensische auditoren al toegepast, maar zal nu uitdrukkelijk in de wetgeving geformaliseerd zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld over de wijze waarop werknemers geïnterviewd dienen te worden en hoe observaties moeten verlopen. Het niet naleven van de regels kan dan ook fatale gevolgen hebben voor de aanwending in rechte van het fraude-auditverslag. Rechters zullen op dat moment het verslag niet langer mogen herkwalificeren. Tot op vandaag kan de rechter nog soeverein beslissen wat hij het ergst vindt, het niet naleven van een bepaalde rechtsbepaling of de fraude zelf.

De overkant 

Daarnaast is de meldingsplicht ook een punt van blijvende discussie. Van zodra er een vermoeden van fraude is -dus wanneer men spreekt van een persoonsgericht onderzoek- zou er in de nieuwe wetgeving een melding moeten worden gedaan aan het parket. De discussie hierover toont aan dat het water tussen de bedrijven en het publieke opsporingsapparaat nog diep is en er een zeker wantrouwen bestaat. Elk jaar opnieuw stel ik vast dat de cursisten heel veel bijleren van de collega’s “van de andere kant”. Ze stellen vast hoe waardevol het is om elkaars werelden te kennen, maar vooral, dat ook aan de andere kant geëngageerde mensen met kennis van zaken en met een rechtvaardigheidsgevoel de waarheidsvinding nastreven.

"Ik vraag me dan ook af of het nuttig is dat elk dossier voorbarig gemeld moet worden om daarna geklasseerd te worden zonder gevolg." 

Veel auditors zijn tegen de meldingsplicht, maar in de praktijk stel ik vast dat de publieke en private sector zoveel mogelijk complementair zouden moeten samenwerken. Elk op hun eigen terrein en met eigen bevoegdheden, maar de overdracht van concrete en relevante informatie vanuit het privéonderzoek naar het publieke opsporingsapparaat is een van de grootste succesfactoren voor het vangen van de daders en het recupereren van de buit. Ik merk dat alle fraudedossiers met een zekere omvang en complexiteit toch uitmonden in een strafklacht, al dan niet met burgerlijke partijstelling. Ik vraag me dan ook af of het nuttig is dat elk dossier voorbarig gemeld moet worden om daarna geklasseerd te worden zonder gevolg. De tijd die aan het registratieproces besteed moet worden kan volgens mij zinvoller ingevuld worden.

Persoonsgerichte onderzoekers

Het programma aan de AMS richt zich tot zowel externe als interne auditoren, economen en juristen in zowel de publieke als de private sector. Het gaat om auditoren die in contact kunnen komen met persoonsgerichte onderzoeken en waar dus een bepaalde voorkennis is vereist. Denk aan algemene kennis van interne controle en administratieve organisatie, administratie en boekhouding, bedrijfseconomie, auditing, informatiemanagement, burgerlijk recht, vennootschaps-, handels- en strafrecht, criminologie en psychologie. 

Vanuit AMS volgen we elke beweging op de voet om te integreren
in de opleiding die eind september weer start.

Maak kennis met onze Masterclass Fraude Audit!

 

We zijn benieuwd wat jij vindt. Laat een reactie achter!