Eddy Van der Stock.jpgToen Eddy Van der Stock twee jaar terug onze Master in Publiek Management volgde, merkte hij op dat de digitale kennis van andere overheidsdeelnemers nogal beperkt was. “Veel overheidsorganisaties ervaren digitalisering als een technische ver-van-hun-show. Uiteraard zijn er wel digitale profielen op directieniveau, maar naar mijn mening nog onvoldoende.” Opleidingen rond IT-beleid voor overheidsorganisaties zijn dan ook geen overbodige luxe.


Van der Stock zelf schiet in digitale expertise niet tekort. Zo is hij sinds negen jaar voorzitter van V-ICT-OR; ‘Vlaamse ICT Organisatie’: “Dit initiatief vertrok vanuit een werkgroep bij de Vlaamse Vereniging voor Steden en Gemeenten met de doelstelling iets te doen voor de lokale besturen met betrekking tot alles wat met informatie en technologie te maken heeft.” De vzw werd in 2006 geprofessionaliseerd en zo kon het aanbod vergroot worden. “Hoe meer we over digitalisering spreken, hoe belangrijker informatie als resource voor overheden wordt.”

“Hoe meer we over digitalisering spreken,
hoe belangrijker informatie als resource voor overheden wordt.”

Gemeenten zitten echter samen in hetzelfde schuitje. “Ik heb nooit begrepen waarom onze 308 gemeenten telkens individueel het warme water willen uitvinden. Ze vinden zelf dat ze speciaal zijn en zijn daarom bereid om individueel de kosten te dragen van hun digitaliseringsprojecten, maar een groot deel van de werking van die lokale besturen is niet uniek. Of je nu in Oostende of in Hasselt woont, burgers verwachten dezelfde dienstverlening.” Toch is er een kentering gekomen door de crisis van de afgelopen jaren. “Dit besef groeit ook bij gemeentes zelf en zo ontstond het idee voor een virtuele gemeente.”

Best practices

Dit idee werkte Van der Stock uit in zijn masterthesis voor de MPM onder de titel ‘Bouwdozen voor slimme gemeenten’. “Om tot de blokken van deze bouwdoos te komen is Van der Stock in o.a. Schotland, Estland en Nederland goede voorbeelden gaan bestuderen. “De noden die bij de verschillende gemeenten terugkwamen, plaatsten we in drie categorieën: strategische bedrijfsprincipes, informatie- en technologieprincipes en ondersteuningsprincipes.”

"Of je nu in Oostende of in Hasselt woont,
burgers verwachten dezelfde dienstverlening.” 

Veel gemeentes hebben het moeilijk met het maken van de vertaalslag van strategie naar technologie en hebben dus wel behoefte aan zo’n kader. “Gemeentes moeten ‘ontzorgd’ worden van het technische aspect en moeten kunnen inzetten op digitale dienstverlening. Het is geen geheim dat de burger een andere vraagstelling heeft dan tien jaar geleden. Wanneer iemand, bijvoorbeeld, een lening kan aanvragen bij de bank om elf uur ’s avonds met een app op zijn telefoon, waarom kan hij dit dan niet voor de aanvraag van een reispas doen?”

"In België heeft men schrik om standaardisering op vlak van digitale dienstverlening door te duwen
en dat vertraagt de innovatie van de digitale dienstverlening."

De ontwikkeling van deze digitale dienstverlening is echter niet iets dat puur op lokaal niveau gerealiseerd kan worden, maar juist de federale overheid laat het op dat vlak een beetje afweten. “In Nederland heeft de rijksoverheid de touwtjes veel strakker in handen in termen van standaardisering. Ook Europa stelt steeds meer eisen op dit vlak. In België heeft men schrik om dat door te duwen en dat vertraagt de innovatie van de digitale dienstverlening.”

Overheid 2.0

Een ander aandachtspunt is de vraag van de burger. “We zitten nog altijd in een paradigma waarin de overheid de burger zaken oplegt. Dat levert irritatie bij de burger op. Ik denk dat een rolwijziging van de lokale overheid hier een oplossing kan bieden en digitalisering hen kan helpen om aan bijzondere vragen tegemoet te komen. We moeten van een strakke administratieve, napoleontische overheid naar een proactieve investering in de vraag van de klant.”

“We zitten nog altijd in een paradigma waarin de overheid
de burger zaken oplegt. Dat levert irritatie bij de burger op."

Meer standaardisering is dus een noodzaak en zal mettertijd ook voor een duidelijke focus en meer tijd en middelen zorgen. ”Door op een slimme en correcte manier aan profiling te doen, kunnen alle regelingen waar burgers voor in aanmerking komen automatisch van toepassing zijn op de specifieke profielen. Vandaag de dag rekent men er, jammer genoeg, nog steeds op dat mensen die rechten ook actief opvragen. Overheden zouden proactiever moeten zijn in het verbinden van bestaande tegemoetkomingen en de behoeften in de maatschappij.”

Ambtenaar 2.0

Door meer standaardisering van de algemene dienstverlening, is er meer ruimte voor bijzondere dienstverlening, waar volgens Van der Stock ook behoefte aan is. “Ik denk dat ambtenaren meer sociaal-maatschappelijk zullen gaan werken. De jobfocus van een grote groep ambtenaren zal van het “loket naar het veld” verschuiven. Ambtenaren die vrijkomen door de toenemende digitalisering kunnen bijvoorbeeld meer ingezet worden voor burgers met bijzondere hulpvragen.”

"De jobfocus van een grote groep ambtenaren zal van het
“loket naar het veld” verschuiven."

Over de rol van de ambtenaar in een digitaliserende maatschappij moeten we ons namelijk geen illusies maken. “Veel diensten die nu door ambtenaren worden ingevuld, zullen uiteindelijk gedigitaliseerd worden. Met behulp van chatbots bijvoorbeeld. Op vlak van sociale zekerheid zullen we binnenkort een chatbot aan de gang zien, waarbij de burger de opgevraagde diensten onmiddellijk tot zijn beschikking krijgt.”

"Ik geloof minder in differentiatie, waarmee we het onszelf onnodig ingewikkeld maken.
De Europese regels vragen om meer centralisatie en beveiliging
van de informatie die wij in handen hebben."

Tot zover de toekomstmuziek. Op dit moment zouden overheidsmedewerkers zich volgens Van der Stock vooral op een nieuwe omgang met (persoons)gegevens volgens de GDPR-wetgeving te focussen. “In eerste instantie moet er meer standaardisatie plaatsvinden. Ik geloof minder in differentiatie, waarmee we het onszelf onnodig ingewikkeld maken. De Europese regels vragen namelijk om meer centralisatie en beveiliging van de informatie die wij in handen hebben.”

IT-beleid voor overheidsorganisaties

Uiteraard moeten organisaties hier wel de juiste expertise voor in huis hebben. “De grootste inhaalslag ligt bij goede opleidingen die op een begrijpelijk niveau worden gegeven. De hogere profielen die wél digitaal zijn, slagen er namelijk niet goed in om hier toegankelijk over te communiceren.”

Daarnaast moet er ook een tandje bijgestoken worden door directies naar de toepassing van die kennis. “Als het over personeel en financiën gaat, zijn ze er als de kippen bij, maar als het over informatie en technologie gaat, zijn ze minder aandachtig. Informatie en technologie zijn nochtans op rationeel en ondersteunend vlak de twee belangrijkste resources van overheden.”

“Informatie en technologie zijn op rationeel en ondersteunend vlak de twee belangrijkste resources van overheden. De grootste inhaalslag ligt bij goede opleidingen die op een begrijpelijk niveau worden gegeven.”

Ontdek onze opleiding 'IT-beleid voor overheidsorganisaties'

Reacties